Wie komt er in m'n hokkie
Willeke Alberti

Al vanaf m'n zeven jaar
Wilde ik alleen nog maar
Spelen met de jongens van de klas
Maar lag 't aan m'n voeten
Of m'n honderdduizend sproeten
Ik kwam er bij hun niet aan te pas
En als ze naar de speeltuin gingen
Of touwtje wilden springen
Zat ik met een lollie niks te doen
Maar zelfs met een jaar of zeven
Wil je ook wel wat beleven
Voor de allereerste keer riep ik toen

refren':
O wie, komt er in m'n hokkie
Knibbel knabbel knuisje
Wie komt er in m'n huisje
Wie, o wie, komt er in m'n hokkie
O wie, o wie, komt er in m'n hokkie

Tien of elf jaren later
Sloeg ik nog dezelfde flater
Als een jongen naar me lachte dacht ik: "Nou
Die zit je aardig te bekijken"
Totdat later weer zou blijken
Dat hij alleen de weg vragen wou
Ik heb de moed nooit opgegeven
Want waar hoop is, is ook leven
Dat zij mama, en die trouwde zeven keer
Dus vroeg ik in een advertentie
Naar een ongelukkig mensie
Net als ik, als het kon een echte heer

refren'

Ik kreeg een stuk of vijftig brieven
Hele gekke, hele lieve
Maar een ervan stal m'n hart meteen
Hij zei: "Dat stukkie in de krant
Heb ik altijd bij de hand
Met m'n duiven, kom direct hierheen"
Nu zit ik hier toch al een tijd
En heb nog geen seconde spijt
Want eens per dag zeg ik hem even na
Net als de duiven krijgt de baas
's Avonds laat dan erge haast
Als ik zachtjes zeg, voordat het licht uit gaat

refren'

O wie, o wie, komt er in m'n hokkie